‘Heb jij er verstand van dan …’

Als liefhebber moest ik natuurlijk de grandprix van Hongarije kijken. Ondanks dat ik in een andere tijdzone aan de Caribische zee zit. Het rondje van Max de dag ervoor was al historisch. De eerste Nederlander op pole position! Dat was al een klein traantje in de linkerooghoek waard. Deze race missen was dan ook geen optie. Dus even een VPN-tje opzetten, Ziggo Go app aan, Nespresso erbij en lokaal om 09.10 uur de lichten op groen zien gaan.

Mijn zoontje en mijn dochtertje keken verplicht mee. Nee, dat klinkt niet dwangmatig en absurd. Zij vinden het zelf ook leuk. Dat bij het feestelijke ontbijt de snerpende geluiden uit de speakers van mijn Mac klinken, vinden we heel normaal in huize Schellekens. Alhoewel mijn kids na de spannende sprint richting de eerste belangrijke bocht, waarbij Max voor de Mercedessen en Ferrari’s blijft, de spanningsboog al wel afneemt. Drie rondjes later ‘sharen’ ze het kijken naar de race met hun eigen social media kanalen. De een kijkt naar een battle tussen Fortnite gamers op You tube terwijl de andere even haar Instagram bijwerkt. Heerlijk!

Zoals Viggootje Waas zou zeggen, puntje voor de meestervoorspeller!

Op enig moment lonkt toch het turquoise water aan de Jan Thiel baai in Curacao. ‘Kom pap, hij rijdt toch al dik 40 rondjes aan kop’. Ik, verdronken in deze spannende race, kijk op. In de volgende discussie maak ik deze twee commentatoren duidelijk dat het niet zeker is dat Max de race wel gaat winnen. Lewis zit in zijn nek te hijgen. Of ze de technische details van mijn bandenmanagement argument hebben opgenomen, betwijfel ik. Helemaal als de puber van het stel erin gooit: ‘Heb jij er verstand van dan?!’

Ik pretendeer natuurlijk niets. Maar eigenwijs als ik ben, kon ik deze retorische vraag niet onberoerd laten. ‘Tuurlijk heb ik er kijk op lieffie’. Omdat ik uit dagelijkse ervaring weet dat je een puber – en zeker een Schel – niet (snel) op andere gedachten krijgt, probeerde ik met wat argumentatie deze uitspraak kracht bij te zetten. ‘Ik voorspelde bijvoorbeeld vorig jaar al dat Tiger Woods in 2019 opnieuw het groene jasje zou aantrekken. Dat zag je terug in zijn gedrag wat zich vertaalde in zijn spel. En zo geschiedde. In april won hij zijn 15e major, lees maar terug in mijn blog. Zoals Viggootje Waas zou zeggen, puntje voor de meestervoorspeller!”

Het is een understatement als ik zeg dat ze niet onder de indruk waren. Maar het verdiende wel het respect om alle 70 ronden te kunnen afkijken. Het ‘dode rubber’ van Max ten spijt, maar weer een spektakel. Ik twitterde al dat de run naar de zomerbreak een indrukwekkend is. Aansluiting gevonden na een stroeve start met de top. De Ferrari’s ingehaald, de Mercs in het gezichtsveld. Twee memorabele overwinningen in Oostenrijk en Duitsland. En die eerste vliegende ronde goed om de honderdste coureur met een pole position achter zijn naam te worden.

Ik voorspelde Tiger in 2019. Ga ik nog een veel grotere voorspelling doen. Johan Cruijf is het walhalla, the legend, nummer 14, de exportnaam van de Nederlandse sport. Ongenaakbaar. Ultiem. Tot 2026, wanneer Verstappen zijn vierde wereldtitel pakt, 1 meer als Ayrton Senna. Maar vooral ongekend populair is geworden door zijn ontelbare onvoorspelbare inhaalacties en race momenten. Door zijn rijstijl, zijn inzicht en zijn racehart. Max is kroonprins af en volgt Johan op. Mark my words!

Marcant.

Ajax zat aan het einde van het vorig seizoen in een identiteitscrisis. Het aantrekken van Tadic en Blind in de zomer veranderde toen de stemming. Na de mokerslag in de Kuip waar de godenzonen met 6-2 van het veld geblazen werden en het 1-0 verlies tegen Heracles, dreigt een nieuw debacle. Kijk, bij een topclub als Ajax is er altijd druk om te presteren. Om kampioen te worden. Er is altijd roering. Hoe kan het nu dat er al jaren niet geleverd wordt? Er geen prijzen gepakt worden. En nog veel erger, waar gaat het met die typische voetbalidentiteit van Ajax naar toe? Technische dribbelaars, spelers die de flanken kunnen bezetten. Godenzonen als Litmanen, Bergkamp. Stapje voor stapje zie je de identiteit van Ajax de afgelopen jaren afbrokkelen. Ajax is Ajax niet meer. Met aan het roer van de destructie Marc Overmars. Financieel misschien zeer succesvol, maar de liefde voor het voetbal totaal uit het oog verloren. Een reconstructie.

Marc Overmars en ik hebben een speciale band. Marc zelf weet dit overigens misschien niet, maar de maakt onze band niet minder aanwezig. We schrijven 20 december 1995. Overmars speelt de inhaalwedstrijd tegen De Graafschap en blesseert zich. Buitenmeniscus beschadigd en voorste kruisband finaal afgescheurd. Ai. Ik zag het op de televisie gebeuren. Eén dag later, op het trainingsveld bij mijn lokale voetbalclub, mis ik een net iets te fel ingezette tackle tijdens een vier-tegen-vier. Scheenbeenbreuk met anderhalf jaar revalidatie aan mijn broek. Als linksbuitenspelers met als wapen snelheid, een zware blessure en een lange revalidatie periode voor de boeg schept dat toch een band. Marc moet dat ook zo gevoeld hebben.

Het technische hart is in de jaren volgend volledig uitgedund. De groep rondom Wim Jonk is vakkundig geëlimineerd. Andere coryfeeën als Dennis Bergkamp zijn weg.

De val van Overmars op het bevroren veld van het Olympisch stadion luidde destijds een neergaande spiraal in. Eind 1995 was het Ajax van Louis van Gaal op de top van hun prestaties. In een opeen schakeling van gebeurtenissen werd het team kwetsbaar. Vervanger Reuser brak zijn scheenbeen én kuitbeen een week later. De krappe reservebank bleek uiteindelijk het gemis van deze exceptionele kwaliteiten niet te kunnen opvangen. De winnaar van de Champions League en de wereldbeker lijdt in ’96 zijn eerste eredivisienederlaag in ruim anderhalf jaar bij mij in ‘de achtertuin’. Bij Willem II. Ajax wint nog wel het kampioenschap en haalt de finale tegen Juve. Maar het hechte team van Van Gaal is uit elkaar gevallen. De glorietijd is helaas voorbij.

Sindsdien, als Marc in het nieuws komt, volg ik zijn dadendrang met bovenmatige interesse. Zijn transfers als voetballer naar Barcelona en Arsenal, zijn prestaties in het Nederlands elftal. Maar vooral het carrière pad na het voetballen. Eerst als directeur betaald voetbal bij eerste liefde ‘De Eagles’. En als directeur spelersbeleid bij de AFC. Onder aansturing nota bene van deze voor Ajax zo typerende linksbuiten is de club haar identiteit aan het verliezen. Een kentering ingezet door Marc zelf begin december 2015. Wim Jonk wordt afgezet als hoofd opleidingen en daarmee komt er ook een einde aan huwelijk met Johan Cruijff. Iets wat later met het overlijden van deze geniale voetballer een droevig definitief feit bleek te worden. De eerste ronde als koning van de apenrots werd in het voordeel van Marc beslist. Maar hiermee veranderde hij misschien ook wel de kern van de opleiding van Ajax. Steeds meer krijgt het een fysiek karakter en verdwijnt het technische voetbal, zo kenmerkend voor de Ajaxopleiding, naar de achtergrond. Met Marc aan het roer blijft het turbulent in de hoofdstad.

Ik vrees dat dit recept onomkeerbaar blijft met Marc aan de macht. Hij acteert meer als een CFO die in de investeringswereld aandeelhouders tevreden moet stellen.

Het technische hart is in de jaren volgend volledig uitgedund. De groep rondom Jonk is vakkundig geëlimineerd. Andere coryfeeën als Dennis Bergkamp zijn weg. De nodige trainerswissels volgden nadat succescoach De Boer was vertrokken. In dezelfde periode werd er veel geld verdiend aan transfers, maar bleef slagkracht in aankopen uit. Met Overmars aan het roer van deze onvrede. Oud Go Ahead vriend Ten Hag is inmiddels aangesteld als coach om de boel op de rit te krijgen. Niets tegen Ten Hag, een prima kerel, maar een trainer met zelf geen enkele aansprekende prestatie als speler en/ of trainer op de troon zetten, is niet des Ajax. En niet wat Ajax nodig heeft. Daarbij zie je gewoon dat Ten Hag aan zijn lot wordt overgelaten. Er is geen enkele begeleiding of echte ondersteuning vanuit het management. Een verliezende combinatie als je het mij vraagt.

Iedereen is vanaf het begin van dit seizoen lyrisch over Marc’s recente aankopen van Blind en Tadic. Met respect gezegd, je gaat toch geen 26 miljoen neerleggen voor een speler als Blind die in de Premier League niet meer bij een topclub aan de bak komt? Om een ‘verloren zoon’ terug te halen? Het is geen Dirk Kuyt die Feynoord zowat in zijn eentje kampioen maakte. Begrijp me niet verkeerd, een goede voetballer. Leuk voor Daley, maar niet een tactische meesterzet die je bij Ajax verwacht. Trek dan echt de portemonnee als Overmars en koop een leider. Iemand die de kar trekt als het minder gaat. Die opstaat als het echt moet. De ‘jonkies’ als De Ligt en De Jong, die deze ervaring missen, meenemen in de strijd. Kwaliteiten die Blind zeker niet bezit. Dusan Tadic heeft die kwaliteiten ook niet echt in zich en valt door de mand nu het tegenzit. Al 4 jaar lang geen kampioenschap, geen bekerwinst nationaal. De zeer matige herstart in de lopende competitie lijkt weer op de bekende haarscheuren van de afgelopen seizoenen. Ik hoop voor Ajax dat Real Madrid en Feyenoord niet hun beste voetbal meenemen de komende weken. Anders dompelen de Amsterdammers zich opnieuw in een diepe crisis.

Ik vrees echter dat dit recept onomkeerbaar blijft met Marc aan de macht. Hij acteert meer als een CFO die in de investeringswereld aandeelhouders tevreden moet stellen. En je moet hem nageven, daar is hij succesvol in. Er worden miljoenen verdient aan transfers. Het wordt echter tijd dat bij Ajax orde op zaken wordt gesteld. Sportieve successen moeten de intrinsieke drijfveer zijn. Aankopen moeten bijdragen aan die typische Ajax identiteit. En een gemis aan kwaliteiten van anderen aanvullen. Waar is die middenvelder met meer diepgang? Een echte centrale verdediger naast De ligt? Andere belangen prevaleren nu, lijkt het wel. Zo verliezen ze niet alleen titels in Amsterdam, maar vooral dat waarom liefhebbers over de hele wereld graag naar Ajax kijken. De liefde voor aanvallend voetbal. Bespelen van de zijkanten. Een dribbel. Die splijtende pass van een stylist. En dat vervaagt steeds meer juist door een speler die deze typische kenmerken in zijn spel had zitten. ‘Marcant’, zou ik zeggen.

Brady for President

Voor mijn werk was ik vorig week in Atlanta in de US. Bij aankomst op één van de drukste luchthavens ter wereld werden we na de douane check verwelkomd door een 50-tal juichende ‘Ram’ fans. Al een week voor het grootste eendaagse sportevenement ter wereld starten de eerste pre-party’s die een volle week gaan vullen. De piloot van Delta had al verteld dat er per dag zo’n 500 privéjets landen om een stukje sfeer op te snuiven. Op vier plekken in stad zijn enorme evenement terreinen gebouwd om alle supporters te herbergen. Een gezellig gekkenhuis. Atlanta host deze wedstrijd voor de derde keer en was al eerder gastheer van grote sportevenementen, waaronder de Olympische zomerspelen in 1996. De wedstrijd wordt gespeeld in het Mercedes-Benz Stadion. Volledig nieuwgebouwd met als voornaamste doel dit topevenement te mogen organiseren. Groot, groter, grootst dus. ‘Welcome to America, welcome to Atlanta, welcome to the Super Bowl LVIII’.

“Refreshing, now Pepsi is in town” schreeuwt een mega billboard downtown Atlanta.

Wat een atmosfeer. Overal waar je kijkt, ademt Atlanta Super Bowl. De Amerikanen zijn helemaal gek van American Football. Geweldig. Een volwassen entertainmentindustrie van ongekende vorm. Bekend is natuurlijk de halftime show waar topartiesten als Madonna, Lady Gaga, Katy Perry, Justin Timberlake, Bruno Mars en Beyonce op het podium het publiek vermaken. Dit jaar verzorgt de band Maroon 5 het 15 minuten durende optreden tijdens de pauze van de wedstrijd. Er is ook een commerciële competitie tussen merken en reclamebureaus. Pepsi is dit jaar hoofdsponsor. En dat in de stad waar concurrent Coca-Cola zijn hoofdkwartier heeft gevestigd. “Refreshing, now Pepsi is in town” schreeuwt een mega billboard downtown Atlanta. De commercials rondom de half time show zijn de duurste seconden op televisie. Dit kan oplopen tot een slordige 1 miljoen dollar per seconde om je product te promoten. Spotjes worden speciaal door de beste regisseurs gemaakt voor de Super Bowl.

Natuurlijk heeft dit hele festijn een superheld nodig. En dat heeft het. All-time American hero en quarterback van de Patriots, Tom Brady, kan als eerste speler in de historie de Lombardi Trophy voor de zesde keer winnen! Topfavoriet zijn dus zijn New England Patriots uit Massachusetts die hun derde opeenvolgende Super Bowl kunnen winnen. Iets wat sinds editie 28 niet meer is voorgekomen na toen een reeks van vier door de Buffalo Bills. Saignant detail is dat “the Bills’ alle vier de finales verloren. Zo niet de Patriots. Zij staan voor de negende keer deze eeuw en voor de elfde keer in totaal in de finale van het seizoen in de National Football League en kunnen de Pittsburgh Steelers evenaren, die met zes Super Bowl-zeges recordhouder zijn.

Tactisch en defensief was het blijkbaar geweldig maar daar bleef het bij. Ook de halftime show was minder als andere jaren.

Zondagnacht werd het oordeel geveld. Tom Brady en zijn kornuiten wonnen in Atlanta in een weinig opwindende wedstrijd met 13-3 van de Los Angeles Rams. Als je die nacht bent opgestaan, ben je qua spel niet echt verwend. De wedstrijd gaat de boeken in als de Super Bowl met het minste aantal punten. Het was ook de eerste keer in 53 wedstrijden dat er gedurende de eerste 45 minuten geen touchdown werd gescoord. Tactisch en defensief was het blijkbaar geweldig maar daar bleef het bij. Ook de halftime show was minder als andere jaren. Dat kan coach Bill Belichick (66) en quarterback Brady (41) overigens niets schelen. Ze waren samen ook in 2002, 2004, 2005, 2015 en 2017 betrokken bij het kampioenschap van de Patriots. Ze verloren de Super Bowl in 2008, 2012 en vorig jaar. Brady speelde tegen de Rams zeker niet zijn beste duel, maar hij is nu wel de speler met de meeste NFL-titels ooit. En aan stoppen denkt hij nog niet. Tot zijn 45ste wil hij zijn passie blijven uitvoeren. Dat zou dus wel eens een 7-klapper kunnen gaan worden voordat hij voor eeuwig wordt geëerd in de ‘Hall of Fame’.

Een droom in een krankzinnige wereld

Lee Majors, ken je hem nog? ‘De man van 6 miljoen.’ Midden jaren ’70 een populaire Amerikaanse televisieserie over een astronaut die na een ernstig ongeval wordt ‘herbouwd’ met moderne technologie. Die ‘bionica’ kostte bij elkaar zes miljoen dollar, vandaar de titel van de serie. Een mega bedrag vond ik toen als 7-jarig jongetje. Maar je kreeg wel een half mens, half robot met bovenmenselijke superkrachten. Een andere held uit die periode voor mij was Roel Dijkstra. Hoofdpersoon in de gelijknamige strip. Roel is een blonde Nederlandse voetballer die uitgroeit tot een internationale voetbalheld. Hij start zijn carrière bij de lokale voetbalclub, die uitkomt in de tweede divisie. Zijn voetbalkwaliteiten blijven niet onopgemerkt en een internationale transfer kan dan ook niet uitblijven. Hij vertrekt naar het Verenigd Koninkrijk waar Dijkstra raakt verwikkeld in allerlei avonturen. Op een of andere causale manier moest ik direct aan deze twee jeugdhelden denken, toen definitief bleek dat Frenkie de Jong voor een slordige 86 miljoen naar FC Barcelona verkast. Als een jongensboek dat uitkomt met als hoofdpersonage een bovennatuurlijke voetballer.

Als hij straks het vliegtuig pakt naar de Spaanse zon, heeft hij zo’n 50 wedstrijden in Ajax 1 gespeeld.

Dat de sportwereld, en voetbal in het bijzonder, astronomische bedragen betaald voor een individuele speler, daar kijkt niemand meer van op. De transfersom van 86 miljoen Euro inclusief bonussen maakt Frenkie de duurste Nederlandse voetballer ooit. Je betrapt jezelf er bijna op dat dit soort bedragen normaal zijn geworden in het hedendaagse voetbal. De waanzin ervan even in perspectief plaatsen. RKC Waalwijk ontvangt een soort van royalty’s bij deze transfer, omdat Frenkie in de gemengde opleiding van RKC en Willem II is ontwikkeld als voetballer. Dit zijn vooraf vastgestelde percentages bij de doorverkoop van een speler. In dit geval incasseert de club uit Waalwijk 5 miljoen. Een miljoen meer dan de gehele jaarbegroting van deze profclub. Als je daar slim mee omgaat verzeker je jezelf van een gezonde bedrijfsvoering voor een aantal jaar. Voor Willem II is het nog gekker. Zij houden er zo’n slordige 9 miljoen aan over. Dit alles in de wetenschap dat Frenkie slechts 1 wedstrijd gespeeld heeft in het eerste elftal toen hij onder contract van de tricolores stond. Absurd, realiteit? Beide is waar denk ik.

Voor Frenkie de Jong is dit letterlijk een droom die uitkomt. Spelen in Nou Camp bij het grote FC Barcelona samen met zijn idool Lionel Messi. Naar horen zeggen schrijft hij de komende vijf jaar een slordige 50 miljoen salaris op zijn rekening bij. Een prettige bijkomstigheid. De nuchterheid van Frenkie zelf lijkt niet aangetast. Mega media-aandacht, duizelingwekkende bedragen, torenhoge verwachtingen en dan zie je hem vervolgens geheel op zijn karakteristieke wijze een interviewtje doen. De gehaktballen van oma blijven toch wel de lekkerste en je moet niet verbaasd zijn als Frenkie in de Catalaanse hoofdstad gewoon op de fiets naar zijn werk gaat. Deze mentaliteit, herkenbaarheid en aaibaarheid maakt Frenkie nu al tot een marketing kanon en een nationale sportheld. Samen met Max zijn het de nieuwe ideale schoonzonen. Van die beleving kan ik als liefhebber natuurlijk wel genieten.

Bizar blijft het wel. De voetbalwereld. Als we feitelijk kijken, heeft Frenkie namelijk nog helemaal niets bijzonders in deze maffe voetbalarena gepresteerd.

Bizar blijft het wel. De voetbalwereld. Als we feitelijk kijken, heeft Frenkie namelijk nog helemaal niets bijzonders in deze maffe voetbalarena gepresteerd. Ja, hij heeft een gave carrière ontwikkeld en speelt nu in het eerste van Ajax. Speelde een lekkere pot tegen Frankrijk. Maar in de zin van prijzen, titels, bijzondere hoogtepunten op zijn palmares die de waarde van 86 miljoen staven? Op eredivisieniveau komt hij eigenlijk pas net kijken. Vanuit de lokale ASV Arkel ging hij bij Willem II de jeugdopleiding volgen. Daar speelde hij letterlijk één pot op het hoogste niveau. In 2015 tekende hij een contract in Amsterdam en pas in september 2016 debuteerde Frenkie onder Peter Bosz. Onder Keizer werd hij na een paar wedstrijden naar de bank verwezen. Als hij straks het vliegtuig pakt naar de Spaanse zon, heeft hij zo’n 50 wedstrijden in Ajax 1 gespeeld. Dat maakt de in potentie geniale middenvelder geen hardcore ‘godenzoon’. Ook in de Nederlandse jeugdelftallen was hij geen vaste waarde. Gisteren in een onvergetelijke Klassieker werden de voetballers uit Ajax afgedroogd in een euforische Kuip. De 6-2 kwam als een mokerslag aan. Tien goals tegen in twee wedstrijden is ongekend. Top talenten De Ligt en De Jong lieten het afweten. Waren niet bij macht om een ommekeer te veroorzaken. Gelukkig toch niet bovennatuurlijk.

Deze feiten doen uiteraard niets af aan de voetbalkwaliteiten van Frenkie en het feit dat je hem al het goeds gunt. Zelf weet hij dit maar al te goed. Als de pers hem al op de positie van Sergio Busquets plaatst, positioneert hij zichzelf in de achterhoede. ‘Eerst maar eens vaste waarde worden in het team’. En na de dikke nederlaag tegen Feyenoord analyseerde hij feilloos de zere punten binnen het team. Dat vind ik knap en mooi. Je kop niet gek laten maken en focus hebben op je persoonlijke doel of droom. Een eigenschap die je ver kan brengen. Echter de krankzinnigheid binnen de voetbalwereld is voor mij met deze megatransfer opnieuw aangetoond. ‘Wat de gek ervoor geeft’ zou je bijna zeggen. Zoals zijn eigen vader het netjes omschreef: ’90 miljoen,…. het is eigenlijk best gênant’.

‘App me even bij een crash pap’

Schaatsen. Er was de afgelopen week geen ontkomen aan. Ook voor mijn kinderen (9 en 13) zou je denken. De NOS had ‘full live coverage’ van het Europese kampioenschap allround én sprint voor mannen en vrouwen in Italië. En in de Sportboulevard Dordrecht speelde zich de EK voor shorttrack af. Met het trieste overlijden van oud-wereldkampioen allround Paulien van Deutekom op 37-jarige leeftijd en het ernstige brandwonden ongeval van Sjinkie Knegt in aanloop naar deze toernooien, was het schaatsen wat de boventoon voerde in de sport media. Onontkomelijk om niets van onze nationale wintersport mee te krijgen.

Nog niet eerder waren de verschillen in het algemeen klassement zo klein na de eerste dag van een EK-allround voor mannen als in Collalbo. Alle tekenen voor een heroïsche strijd waren aanwezig. Een buitenbaan met mogelijk vallende sneeuw op de slotdag. Kramer, negenvoudig Europees kampioen allround, die het eerst sinds de Olympische Spelen weer eens een 5.000 meter won. Op weg naar een mogelijke tiende gouden Europese plak. Trainingsmaatje en ‘de nieuwe Kramer in spé’ Roest als zijn ultieme uitdager. En geen derde Nederlander maar de Noor Pedersen die ook kans maakte op de eindoverwinning. Toch betrapte ik mezelf erop dat voor mij dat geen reden was om op zondag het duel tussen deze drie toppers te gaan kijken. Zelf opgegroeid met gevechten tussen Johann Olav Kos, Falko Zandstra en Rintje Ritsema zijn het vooral de lange afstanden die ik niet meer trek. Ik ben, denk ik, ‘allround moe’ geworden in de loop der jaren. Sorry Sven, maar ik zap dan liever naar de shorttrack. Snel, tactisch, verrassende wendingen. Meer actie en kortere duur. Redenen die ook mijn kinderen meer waarderen, als ze al meekijken.

Die 10 kilometer schaatsen kun je gegarandeerd op je buik schrijven. ‘Saai!’ Zelfs als het fenomeen Kramer op het ijs verschijnt.

 
Gekluisterd aan de tv bij het schaatsen, de rondetijden meeschrijven, is al lang verleden tijd. Vijfentwintig ronden een schaatsduel aanschouwen is nu dus ook voor mij voorbij. Voor mijn kids kwam deze overweging überhaupt niet op. Ze kennen Sven en zijn prestaties wel. Maar vooral van zijn Insta-account. Vergis je niet hè, ze zijn vaak beter geïnformeerd dan ikzelf met de laatste ins- en outs. Mijn kinderen kijken sowieso nagenoeg geen lineaire televisie. Kanalen als YouTube en Netflix hebben het ‘normale’ tv kijken overgenomen. Tegenwoordig is het namelijk helemaal niet handig meer dat je precies om half drie ’s middags klaar moet zitten om je favoriete serie of sport te volgen. Je bepaalt zelf wanneer je wat kijkt. Soms is sport daar nog een uitzondering op. ‘Live’ een wedstrijd kijken. Geven ze commentaar via sociale media. Tenminste als het boeit. De start van Max in een grandprix is ok, maar na een rondje of 10 is het wel gedaan. ‘App even als er nog iets spannends gebeurd, een crash of zo’. Bij mij thuis een veel gehoord verzoek.

Deze kritische jonge sportconsument van vandaag vraagt steeds luider om flexibiliteit. Wil kijken op andere apparaten, met andere content. Het moet daarbij boeien en binden met een passende spanningsboog. Die 10 kilometer schaatsen kun je gegarandeerd op je buik schrijven. ‘Saai!’ Zelfs als het fenomeen Kramer op het ijs verschijnt. Samenvattingen zijn bij mijn kids al arbitrair. De mooiste ‘moves’ en de goals in een 1 minuut video. Dat trekt. Die bekijken zie via social media of de streaming diensten. Of in een gerichte community. De jeugd volgt wel ‘het leven’ van hun favoriete sporters. Noami van As, Max en Ronaldo op Instagram. Sport als entertainmentindustrie zal een nieuw en verfrissend aanbod moeten gaan voorschotelen. Voor tv-makers, maar zeker ook voor de sportorganisaties zelf, ligt er een enorme uitdaging. Een kans om deze jongeren aan je te binden. Waarbij zeker de duursporten in mijn ogen een extra uitdaging hebben. Per definitie tarten deze de tijd die gespendeerd moet worden om echt iets te beleven. Die rondjes van Sven zijn nog steeds indrukwekkend. Alleen niemand kijkt daar straks nog naar.

Dat in tegenstelling tot het gaan bezoeken en beleven van sportwedstrijden. Voor een pot hockey bij HCT op zondagmiddag of een wedstrijd van Ajax zijn mijn kids zeker te porren. In de kerstvakantie nog een ijshockeywedstrijd bezocht bij de Kölner Haie in de Duitse competitie. ‘Dat is anders pap’. Daar heb je natuurlijk de hele entourage erbij. Publiek, sfeer, een groot stadion. En niet onbelangrijk, kun jezelf op Instagram een fotootje plaatsen. Ik ben benieuwd hoe de sport op deze jonge consumenten gaat inspelen. Jongeren zijn wat dat betreft ongrijpbaar geworden. Het wordt steeds moeilijker om ze te bereiken via televisie. Deze tieners en twintigers zijn de voorlopers van de digitale revolutie in televisieland. De muziekindustrie is met diensten als Spotify, Tidal en Apple Music al ingrijpend veranderd. Ook het tv-landschap gaat volgen. Met directe impact op sport. Zeker op de sport. En sneller als we denken.

Gracias Enrique Corcuera

Nog nooit van gehoord? Enrique Corcuera? Ik ook niet. Tot een dag of veertien geleden. Hoezo? Daar kom ik zo op terug. In 1969 was er een lokale aannemer in Acapulco (Mexico), Enrique Corcuera. Die had weliswaar geld genoeg voor een tennisbaan in zijn achtertuin in deze chique badplaats, maar lang niet voldoende ruimte. Een stukje braakliggende grond van zo’n 20 bij 10 meter dreigde door bomen en planten overgroeid te worden. De aannemer plaatste daarom vier muren om de grond te beschermen. Hij plaatste een net in het midden, handhaafde de puntentelling die in tennis gebruikelijk is, maar bedacht dat het verstandig zou zijn om met een kleiner houten racket te spelen (de padel). Het bleek een gouden greep, die snel navolging kreeg bij vrienden en bekenden. Eén van hen nam het idee mee naar Marbella, waar hij ook zo’n baan aanlegde. Op die baan speelden veel polospelers uit Argentinië. Zij introduceerden de sport op hun beurt in hun thuisland. De basis was gelegd voor één van de snelst groeiende sporten ter wereld. Padel.

Zoals ik zei, ik werd een aantal dagen geleden onverwachts geconfronteerd met deze sport. De kerstperiode vrij genomen om tijd door te brengen met mijn familie en vrienden. En tijd om te ontspannen door te sporten. Met als bijeffect dat de ‘kerst-kilootjes’ er minder makkelijk zouden aanvliegen. Ik had wat minder ‘goesting’ om het vaste MTB-rondje van mijn fietsmaten vaker te gaan rijden. Maar wat dan? Fanatiek als ik nog ben, wil ik een sport doen die relatief snel onder de knie te krijgen is. Anders ga ik mezelf lopen irriteren bij het gebrek aan techniek of vermogen. Op een verjaardag bij vrienden kregen we hier een gesprek over. Wat past? Een vriend stelde voor om samen een potje padel te gaan spelen. Ok. Maar bij ‘tennis’ is het niet eenvoudig alle slagen, zoals service en backhand, goed onder de knie te krijgen? ‘Let maar op, ga je gaaf vinden.’

En hij had gelijk. Padel is snel, er is veel actie. De bal blijft door de muren langer in het spel, geen rally is hetzelfde. Padel verenigt eigenlijk het beste van twee traditionele racketsporten: het is een mix van tennis en squash. De muur geeft je verder aanvallend een extra kans om te scoren, en defensief om de bal in het spel te houden. Er is veel dynamiek. En het mooie is: je hebt het spel een stuk sneller onder de knie. Waarom? Bij padel luistert de positionering van het racket minder nauw. Je raakt de bal makkelijker op de ‘sweet spot’. Daarbij komt dat de opslag altijd onderhands is. Techniek en controle over de bal is zeker net zo belangrijk als power. Evenals inzicht. Je speelt het niet alleen, maar met zijn 4-en. Sociaal dus. En het vraagt minder van je uithoudingsvermogen. Dat allemaal samen maakt instappen in deze sport erg laagdrempelig. Je hebt snel het idee dat je een redelijke bal kunt slaan. Wat een toegankelijke, heerlijke sport.

In de Spaanstalige landen is padel al veel langer een hit. In Argentinië is het een nationale sport met meer dan 10.500 banen en 2.1 miljoen spelers. In Spanje is het zelfs de meest populaire sport na voetbal met 5.3 miljoen spelers. Padel is één van de snelst groeiende sporten in andere landen ter wereld. In Duitsland, Zweden, Frankrijk, België en Italië groeien de banen als kool. Ook in Nederland timmert deze racketsport gestaag aan de weg. Zo’n tien jaar geleden maakte Nederland kennis. De eerste baan werd aangelegd bij het Philipsstadion. De Zuid Amerikaanse voetballers van PSV wilden in hun vrije tijd deze sport uitoefenen. Banen komen er nu in rap tempo bij. Naast commerciële partijen bieden inmiddels zo’n zestig Nederlandse tennisverenigingen padel aan.

Voor tennisverenigingen, kan padel helemaal een uitkomst zijn. Zeker clubs die leeglopen qua ledenaantallen kunnen van de ondergang gered worden. De capaciteit verdubbeld, er passen immers 2 padelbanen op één tennisbaan. De inkomsten uit baanhuur kunnen in potentie dus verdubbelen. En omdat kinderen en ouderen padel ook leuk en makkelijk te beoefenen vinden, groeit het percentage van deze doelgroepen op het ledenbestand van clubs die in banen hebben geïnvesteerd. Voorspeld wordt dat padel één van de vier grootste sporten van Nederland wordt. Ik geloof dat direct na mijn eerste ervaringen. Ik word in ieder geval direct lid van de plaatselijke tennisclub als die padelbanen er komen. De ALV staat binnenkort gepland, begreep ik. Tijd voor een positief besluit zou ik zeggen. Gracias!

 

 

Live kijken of zelf een poging doen – 2

Vorige week startte ik met een vooruitblik op sportbelevingen om te gaan ervaren in 2019. Altijd met dit soort lijstjes kun je keuzes ter discussie stellen. Ik pretendeer ook niet de mooiste of beste keuzes voor te leggen. Dat is voor iedereen persoonlijk. Niet zwartwit dus. Ik weet alleen wel, sommige suggesties letterlijk uit eigen ervaring, dat deze evenementen stuk voor stuk je passie en liefde voor sport en entertainment bevestigen. In deze eerste ‘deschel.com’ van 2019 de voorstellen voor tweede helft van dit nieuwe jaar.

12-13-14 juli – Een weekend marathon tv kijken naar een paar fantastische sportevents

Gelukkig dat de Brexit geen grenzen kent voor sport. Op het Verenigd Koninkrijk zijn er dit weekend 3 topevenementen. De Wimbledon finales voor dames en heren, ‘The Open’, hèt major golftoernooi van het jaar en de formule 1 GP van Engeland op Silverstone. Maar er is meer. De apotheose van de Giro de Rosa, de Italiaanse wielerronde voor de vrouwen en twee loodzware bergetappes voor de mannen in de Tour de France staan op het programma. Alles bezoeken is onmogelijk. Het weekend van 12 juli leent zich prima voor een sport tv-marathon. Voor de echte fanaten is er op diverse livestreams ook nog andere topsport te bekijken. Bijvoorbeeld het beachvolleybal in Turkije en de MXGP-motorcross in Azië.

23 Augustus – Start van het Europese kampioenschap hockey voor mannen en vrouwen in Antwerpen

Mijn kinderen spelen allebei hockey. Er moest dus wel een hockey evenement op de lijst gezet worden om de vrede in huis te bewaren. Ik schreef al eerder dat hockey een toegankelijke sport is. Razendsnel, geen buitenspel, doorlopend wisselen, 40 seconden om na een goal weer te starten. Geen gemekker van spelers. Zelf ben ik in London naar ons Nederlands damesteam gaan kijken hoe ze wereldkampioen werden. De vrouwen zijn op dit EK opnieuw topfavoriet. Bij de mannen ligt het een stuk gevoeliger. België is de nieuwe regerend wereldkampioen met winst in de finale tegen nota bene Nederland. De revanche ligt op de loer en dat wordt natuurlijk een top gevecht.

27 September – Ga de 100 meter sprint zien tijdens het WK atletiek in Doha

Het is gebeurd binnen 10 seconden. Maar de intensiteit van de rivaliteit tussen de snelste mensen op aarde is een ‘must see’. De eerste keer dat ik bewust een 100 meter finale meemaakte was Los Angeles 1984. Carl Lewis won op die Olympische spelen 3x goud. Gevolgd natuurlijk door de epische Olympische finale in ’88 tegen Ben Johnson. De Canadees die in een recordtijd van 9.79 over de finish kwam om drie dagen later positief getest te worden. Lewis pakte zijn tweede goud op de 100 meter. Mij gaat het vooral over nervositeit voor de start. Hoe de echte kampioenen omgaan met de druk. Een stilte komt over de menigte in het stadion als de sprinters naar de startblokken lopen. Zodra het schot gelost wordt en de sprinters zich opstijgen, barst het los. De race is zo snel voorbij dat echt alles perfect moet zijn. Dat is de aantrekkingskracht van dit koningsnummer in de atletiek. Overduidelijk dat je dat gevoel eens beleeft moet hebben.

23 Oktober – Een stukje zwemmen, fietsen, rennen en dat op Hawaii 

Klinkt als muziek in de oren toch? Nog steeds als je de afstanden die je aflegt ook kent? Je zwemt 3,86 km, fietst 180,2 km en loopt 42,195 km. De Ironman is misschien wel de zwaarste duursport ter wereld. Ruim zeven uur aan een stuk een topprestatie leveren op drie disciplines. Ongelooflijk. Sinds 1978 wordt het wereldkampioenschap triatlon gehouden in Kailua-Kona Hawaii. Door het jaar heen zijn er diverse Ironman kwalificatiewedstrijden. Deze ‘M-dot’s’ worden georganiseerd over heel de wereld. Als jezelf een keer wil deelnemen is Frankfurt de dichtstbijzijnde officiële locatie. De snelste tijd bij de mannen is met 7:35.39 in handen van de Duitser Jan Frodeno. Makkie toch?

2 November – De haka beleven van de ‘All Blacks’ tijdens het WK rugby

Zin in een tripje naar Japan? Van 20 september tot en met 2 november is daar de wereldcup voor rugby.  Aan de start de 3-voudig en regerend wereldkampioen Nieuw-Zeeland. Befaamd voor hun ‘haka’. Dit als uiting van teamgeest, passie en kracht. De van origine Maori traditionele dans wordt voor aanvang van de wedstrijd uitgevoerd om de tegenstander en publiek te imponeren. In de loop der jaren zijn er verschillende varianten ontwikkeld. De meest bekende Haka dans is wel de ‘Ka Mate’ gebaseerd op het overlevingsverhaal van de beroemde strijder Te Rauparaha. Het bestaat uit een ritmische combinatie van zang en dans. Waarbij we het begrip ‘zang‘ ruim mogen nemen; je zou het ook wel scanderen kunnen noemen. Wat een manier om een wedstrijd te beginnen. Geïmponeerd ben je, 100%. Kippenvel! Op 2 november wordt in Yokohama de finale gespeeld. De ‘All Blacks’ zijn zeker favoriet en maken een grote kans om de finale opnieuw te bereiken.

Mid december – Bezoek ‘Ally Pally’ in London en gooi de darts

Als echte Brabander en carnavaller kan natuurlijk een bezoek aan Alexandra Palace niet ontbreken. De exacte data voor het WK darts zijn nog niet bekend, maar uiteraard sluiten we ook 2019 weer af met dit jaarlijkse spektakel in London. Twee weken darts in dit ‘paleis voor het volk’. Waar de toeschouwers zich uitdossen in outfits die tijdens carnaval niet zouden misstaan. Ook het bier vloeit rijkelijk onder de toeschouwers kijkend naar de verrichtingen de darters. Michael van Gerwen staat dan misschien wel voor de 5e keer in de finale van het WK. Kijk misschien zien de darters er niet uit als topatleten, maar in deze druk met dat lawaai 180 gooien is vooral mentaal super knap. De hele ambiance, de sfeer lijkt me heerlijk om een keer mee te maken. We kregen vanavond alvast een voorproefje. De vierde finale voor Michael met een derde WK titel darts. Volgend jaar nummer vier?

Geniet allemaal van het nieuwe jaar 2019. Veel liefde. Voor elkaar. En voor de sport.