Marcant.

Ajax zat aan het einde van het vorig seizoen in een identiteitscrisis. Het aantrekken van Tadic en Blind in de zomer veranderde toen de stemming. Na de mokerslag in de Kuip waar de godenzonen met 6-2 van het veld geblazen werden en het 1-0 verlies tegen Heracles, dreigt een nieuw debacle. Kijk, bij een topclub als Ajax is er altijd druk om te presteren. Om kampioen te worden. Er is altijd roering. Hoe kan het nu dat er al jaren niet geleverd wordt? Er geen prijzen gepakt worden. En nog veel erger, waar gaat het met die typische voetbalidentiteit van Ajax naar toe? Technische dribbelaars, spelers die de flanken kunnen bezetten. Godenzonen als Litmanen, Bergkamp. Stapje voor stapje zie je de identiteit van Ajax de afgelopen jaren afbrokkelen. Ajax is Ajax niet meer. Met aan het roer van de destructie Marc Overmars. Financieel misschien zeer succesvol, maar de liefde voor het voetbal totaal uit het oog verloren. Een reconstructie.

Marc Overmars en ik hebben een speciale band. Marc zelf weet dit overigens misschien niet, maar de maakt onze band niet minder aanwezig. We schrijven 20 december 1995. Overmars speelt de inhaalwedstrijd tegen De Graafschap en blesseert zich. Buitenmeniscus beschadigd en voorste kruisband finaal afgescheurd. Ai. Ik zag het op de televisie gebeuren. Eén dag later, op het trainingsveld bij mijn lokale voetbalclub, mis ik een net iets te fel ingezette tackle tijdens een vier-tegen-vier. Scheenbeenbreuk met anderhalf jaar revalidatie aan mijn broek. Als linksbuitenspelers met als wapen snelheid, een zware blessure en een lange revalidatie periode voor de boeg schept dat toch een band. Marc moet dat ook zo gevoeld hebben.

Het technische hart is in de jaren volgend volledig uitgedund. De groep rondom Wim Jonk is vakkundig geëlimineerd. Andere coryfeeën als Dennis Bergkamp zijn weg.

De val van Overmars op het bevroren veld van het Olympisch stadion luidde destijds een neergaande spiraal in. Eind 1995 was het Ajax van Louis van Gaal op de top van hun prestaties. In een opeen schakeling van gebeurtenissen werd het team kwetsbaar. Vervanger Reuser brak zijn scheenbeen én kuitbeen een week later. De krappe reservebank bleek uiteindelijk het gemis van deze exceptionele kwaliteiten niet te kunnen opvangen. De winnaar van de Champions League en de wereldbeker lijdt in ’96 zijn eerste eredivisienederlaag in ruim anderhalf jaar bij mij in ‘de achtertuin’. Bij Willem II. Ajax wint nog wel het kampioenschap en haalt de finale tegen Juve. Maar het hechte team van Van Gaal is uit elkaar gevallen. De glorietijd is helaas voorbij.

Sindsdien, als Marc in het nieuws komt, volg ik zijn dadendrang met bovenmatige interesse. Zijn transfers als voetballer naar Barcelona en Arsenal, zijn prestaties in het Nederlands elftal. Maar vooral het carrière pad na het voetballen. Eerst als directeur betaald voetbal bij eerste liefde ‘De Eagles’. En als directeur spelersbeleid bij de AFC. Onder aansturing nota bene van deze voor Ajax zo typerende linksbuiten is de club haar identiteit aan het verliezen. Een kentering ingezet door Marc zelf begin december 2015. Wim Jonk wordt afgezet als hoofd opleidingen en daarmee komt er ook een einde aan huwelijk met Johan Cruijff. Iets wat later met het overlijden van deze geniale voetballer een droevig definitief feit bleek te worden. De eerste ronde als koning van de apenrots werd in het voordeel van Marc beslist. Maar hiermee veranderde hij misschien ook wel de kern van de opleiding van Ajax. Steeds meer krijgt het een fysiek karakter en verdwijnt het technische voetbal, zo kenmerkend voor de Ajaxopleiding, naar de achtergrond. Met Marc aan het roer blijft het turbulent in de hoofdstad.

Ik vrees dat dit recept onomkeerbaar blijft met Marc aan de macht. Hij acteert meer als een CFO die in de investeringswereld aandeelhouders tevreden moet stellen.

Het technische hart is in de jaren volgend volledig uitgedund. De groep rondom Jonk is vakkundig geëlimineerd. Andere coryfeeën als Dennis Bergkamp zijn weg. De nodige trainerswissels volgden nadat succescoach De Boer was vertrokken. In dezelfde periode werd er veel geld verdiend aan transfers, maar bleef slagkracht in aankopen uit. Met Overmars aan het roer van deze onvrede. Oud Go Ahead vriend Ten Hag is inmiddels aangesteld als coach om de boel op de rit te krijgen. Niets tegen Ten Hag, een prima kerel, maar een trainer met zelf geen enkele aansprekende prestatie als speler en/ of trainer op de troon zetten, is niet des Ajax. En niet wat Ajax nodig heeft. Daarbij zie je gewoon dat Ten Hag aan zijn lot wordt overgelaten. Er is geen enkele begeleiding of echte ondersteuning vanuit het management. Een verliezende combinatie als je het mij vraagt.

Iedereen is vanaf het begin van dit seizoen lyrisch over Marc’s recente aankopen van Blind en Tadic. Met respect gezegd, je gaat toch geen 26 miljoen neerleggen voor een speler als Blind die in de Premier League niet meer bij een topclub aan de bak komt? Om een ‘verloren zoon’ terug te halen? Het is geen Dirk Kuyt die Feynoord zowat in zijn eentje kampioen maakte. Begrijp me niet verkeerd, een goede voetballer. Leuk voor Daley, maar niet een tactische meesterzet die je bij Ajax verwacht. Trek dan echt de portemonnee als Overmars en koop een leider. Iemand die de kar trekt als het minder gaat. Die opstaat als het echt moet. De ‘jonkies’ als De Ligt en De Jong, die deze ervaring missen, meenemen in de strijd. Kwaliteiten die Blind zeker niet bezit. Dusan Tadic heeft die kwaliteiten ook niet echt in zich en valt door de mand nu het tegenzit. Al 4 jaar lang geen kampioenschap, geen bekerwinst nationaal. De zeer matige herstart in de lopende competitie lijkt weer op de bekende haarscheuren van de afgelopen seizoenen. Ik hoop voor Ajax dat Real Madrid en Feyenoord niet hun beste voetbal meenemen de komende weken. Anders dompelen de Amsterdammers zich opnieuw in een diepe crisis.

Ik vrees echter dat dit recept onomkeerbaar blijft met Marc aan de macht. Hij acteert meer als een CFO die in de investeringswereld aandeelhouders tevreden moet stellen. En je moet hem nageven, daar is hij succesvol in. Er worden miljoenen verdient aan transfers. Het wordt echter tijd dat bij Ajax orde op zaken wordt gesteld. Sportieve successen moeten de intrinsieke drijfveer zijn. Aankopen moeten bijdragen aan die typische Ajax identiteit. En een gemis aan kwaliteiten van anderen aanvullen. Waar is die middenvelder met meer diepgang? Een echte centrale verdediger naast De ligt? Andere belangen prevaleren nu, lijkt het wel. Zo verliezen ze niet alleen titels in Amsterdam, maar vooral dat waarom liefhebbers over de hele wereld graag naar Ajax kijken. De liefde voor aanvallend voetbal. Bespelen van de zijkanten. Een dribbel. Die splijtende pass van een stylist. En dat vervaagt steeds meer juist door een speler die deze typische kenmerken in zijn spel had zitten. ‘Marcant’, zou ik zeggen.

Een droom in een krankzinnige wereld

Lee Majors, ken je hem nog? ‘De man van 6 miljoen.’ Midden jaren ’70 een populaire Amerikaanse televisieserie over een astronaut die na een ernstig ongeval wordt ‘herbouwd’ met moderne technologie. Die ‘bionica’ kostte bij elkaar zes miljoen dollar, vandaar de titel van de serie. Een mega bedrag vond ik toen als 7-jarig jongetje. Maar je kreeg wel een half mens, half robot met bovenmenselijke superkrachten. Een andere held uit die periode voor mij was Roel Dijkstra. Hoofdpersoon in de gelijknamige strip. Roel is een blonde Nederlandse voetballer die uitgroeit tot een internationale voetbalheld. Hij start zijn carrière bij de lokale voetbalclub, die uitkomt in de tweede divisie. Zijn voetbalkwaliteiten blijven niet onopgemerkt en een internationale transfer kan dan ook niet uitblijven. Hij vertrekt naar het Verenigd Koninkrijk waar Dijkstra raakt verwikkeld in allerlei avonturen. Op een of andere causale manier moest ik direct aan deze twee jeugdhelden denken, toen definitief bleek dat Frenkie de Jong voor een slordige 86 miljoen naar FC Barcelona verkast. Als een jongensboek dat uitkomt met als hoofdpersonage een bovennatuurlijke voetballer.

Als hij straks het vliegtuig pakt naar de Spaanse zon, heeft hij zo’n 50 wedstrijden in Ajax 1 gespeeld.

Dat de sportwereld, en voetbal in het bijzonder, astronomische bedragen betaald voor een individuele speler, daar kijkt niemand meer van op. De transfersom van 86 miljoen Euro inclusief bonussen maakt Frenkie de duurste Nederlandse voetballer ooit. Je betrapt jezelf er bijna op dat dit soort bedragen normaal zijn geworden in het hedendaagse voetbal. De waanzin ervan even in perspectief plaatsen. RKC Waalwijk ontvangt een soort van royalty’s bij deze transfer, omdat Frenkie in de gemengde opleiding van RKC en Willem II is ontwikkeld als voetballer. Dit zijn vooraf vastgestelde percentages bij de doorverkoop van een speler. In dit geval incasseert de club uit Waalwijk 5 miljoen. Een miljoen meer dan de gehele jaarbegroting van deze profclub. Als je daar slim mee omgaat verzeker je jezelf van een gezonde bedrijfsvoering voor een aantal jaar. Voor Willem II is het nog gekker. Zij houden er zo’n slordige 9 miljoen aan over. Dit alles in de wetenschap dat Frenkie slechts 1 wedstrijd gespeeld heeft in het eerste elftal toen hij onder contract van de tricolores stond. Absurd, realiteit? Beide is waar denk ik.

Voor Frenkie de Jong is dit letterlijk een droom die uitkomt. Spelen in Nou Camp bij het grote FC Barcelona samen met zijn idool Lionel Messi. Naar horen zeggen schrijft hij de komende vijf jaar een slordige 50 miljoen salaris op zijn rekening bij. Een prettige bijkomstigheid. De nuchterheid van Frenkie zelf lijkt niet aangetast. Mega media-aandacht, duizelingwekkende bedragen, torenhoge verwachtingen en dan zie je hem vervolgens geheel op zijn karakteristieke wijze een interviewtje doen. De gehaktballen van oma blijven toch wel de lekkerste en je moet niet verbaasd zijn als Frenkie in de Catalaanse hoofdstad gewoon op de fiets naar zijn werk gaat. Deze mentaliteit, herkenbaarheid en aaibaarheid maakt Frenkie nu al tot een marketing kanon en een nationale sportheld. Samen met Max zijn het de nieuwe ideale schoonzonen. Van die beleving kan ik als liefhebber natuurlijk wel genieten.

Bizar blijft het wel. De voetbalwereld. Als we feitelijk kijken, heeft Frenkie namelijk nog helemaal niets bijzonders in deze maffe voetbalarena gepresteerd.

Bizar blijft het wel. De voetbalwereld. Als we feitelijk kijken, heeft Frenkie namelijk nog helemaal niets bijzonders in deze maffe voetbalarena gepresteerd. Ja, hij heeft een gave carrière ontwikkeld en speelt nu in het eerste van Ajax. Speelde een lekkere pot tegen Frankrijk. Maar in de zin van prijzen, titels, bijzondere hoogtepunten op zijn palmares die de waarde van 86 miljoen staven? Op eredivisieniveau komt hij eigenlijk pas net kijken. Vanuit de lokale ASV Arkel ging hij bij Willem II de jeugdopleiding volgen. Daar speelde hij letterlijk één pot op het hoogste niveau. In 2015 tekende hij een contract in Amsterdam en pas in september 2016 debuteerde Frenkie onder Peter Bosz. Onder Keizer werd hij na een paar wedstrijden naar de bank verwezen. Als hij straks het vliegtuig pakt naar de Spaanse zon, heeft hij zo’n 50 wedstrijden in Ajax 1 gespeeld. Dat maakt de in potentie geniale middenvelder geen hardcore ‘godenzoon’. Ook in de Nederlandse jeugdelftallen was hij geen vaste waarde. Gisteren in een onvergetelijke Klassieker werden de voetballers uit Ajax afgedroogd in een euforische Kuip. De 6-2 kwam als een mokerslag aan. Tien goals tegen in twee wedstrijden is ongekend. Top talenten De Ligt en De Jong lieten het afweten. Waren niet bij macht om een ommekeer te veroorzaken. Gelukkig toch niet bovennatuurlijk.

Deze feiten doen uiteraard niets af aan de voetbalkwaliteiten van Frenkie en het feit dat je hem al het goeds gunt. Zelf weet hij dit maar al te goed. Als de pers hem al op de positie van Sergio Busquets plaatst, positioneert hij zichzelf in de achterhoede. ‘Eerst maar eens vaste waarde worden in het team’. En na de dikke nederlaag tegen Feyenoord analyseerde hij feilloos de zere punten binnen het team. Dat vind ik knap en mooi. Je kop niet gek laten maken en focus hebben op je persoonlijke doel of droom. Een eigenschap die je ver kan brengen. Echter de krankzinnigheid binnen de voetbalwereld is voor mij met deze megatransfer opnieuw aangetoond. ‘Wat de gek ervoor geeft’ zou je bijna zeggen. Zoals zijn eigen vader het netjes omschreef: ’90 miljoen,…. het is eigenlijk best gênant’.

‘O gênio’ verliest al zijn glans

Ik heb het niet snel. Dat ik mensen écht onsympathiek vind. Dat is nu veranderd. Ik zit me mateloos te irriteren aan José Mourinho. De succestrainer van het eerste decennia van deze eeuw begint te grossieren in ongepast gedrag. Op het walgelijke af. Dit jaar spant de kroon. Spelers worden publiekelijk afgevallen. Hij vliegt zowat op de vuist met de assistent-trainer van Chelsea na een provocatie. Bidons vliegen demonstratief in het rond om zijn persoonlijk ongenoegen te uiten. Publiek wordt uitgedaagd met zijn egocentrisch gedrag. Zoals uit bij Juventus. Met dat handje achter zijn oren. Afschuwelijk. Je zou verwachten dat met al zijn ervaring en levenswijsheid hij boven de gebruikelijk kritiek en uitdagingen zou staan. Nee hoor. Zijn rijke carrière als coach wordt langzaamaan door hemzelf overschaduwd met zijn narcistisch gedrag. Als een klein kind dat geen snoepje meer krijgt in de snoepwinkel. Een trieste vertoning als je het mij vraagt. ‘O gênio’ verliest al zijn glans.

Thuis negen jaar lang ongeslagen. Indrukwekkend.

Afgelopen weekend was het weer raak. Opnieuw gedoe tussen Mourinho en zijn sterspeler Paul Pogba. De Portugees noemde zijn middenvelder zelfs ‘een virus’. Ik ben geen psycholoog, maar José is het prototype voorbeeld van een rasechte narcist. Naaste zijn de grootste vijanden waar hij onuitgesproken in oorlog mee kan zijn. Juist met degene die dichtbij staan. Zo ook Pogba die het dit seizoen al eerder moest ontgelden. Het is duidelijk dat Mourinho in zijn hoofd heeft zitten dat hij nooit een fout maakt. Een bewezen fout, zal hij nooit toegeven. Hij zelf heeft alleen goede kanten. Althans dat denkt hij zelf wel. Dat is de Portugees op zijn best op dit moment. Hij is het belangrijkste. Niet de toeschouwers, niet de spelers en niet de club!

Er is een equivalent aan incidenten dit seizoen. Na afloop van de spectaculaire comeback tegen Newcastle United in oktober heeft hij van alles in het Portugees geroepen. Voor de camera’s uitte hij beledigende opmerkingen als ‘fodas filhos de puta’ (‘rot op hoerenzonen’). De trainer zelf vindt dat er ‘een klopjacht’ uitgevoerd wordt en dat de pers hem graag overal de schuld van geeft. Ik quote: ‘Als het morgen in Londen regent, is het mijn schuld. Als er een probleem met de Brexit-onderhandelingen is, is dat waarschijnlijk mijn schuld.’ Nog een bevestiging van zijn narcistiche persoonlijkheid. Zelf in de slachtoffer rol kruipen en anderen de schuld geven van je eigen handelen.

Laten we José een handje helpen. Hem te hoede voor nog meer stuitend gedrag. Uit protectie.

Ik hou persoonlijk niet van Mourinho’s voetbal stijl. Zijn tactiek vaak zeer defensief. Er zit een soort van ‘lafheid’ in zijn speelwijze. Maar coachen kan hij wel. In het begin van zijn carrière zette hij een ongekend record neer. Negen jaar lang ongeslagen in thuisduels. Deze indrukwekkende reeks startte bij FC Porto in 2002 waar hij twee seizoenen 38 competitieduels zonder verlies bleef. Met Chelsea op Stamford Bridge breidde hij zijn ongeslagen thuisstatus uit met 60 wedstrijden. Met het Italiaanse Inter bleef hij 38 wedstrijden zonder verlies, om vervolgens bij Real Madrid nog eens veertien thuiswedstrijden ongeslagen te blijven. Deze imposante reeks kwam ten einde met een 0-1 nederlaag tegen Sporting Gijjon in april 2011. Voeg daar twee Champions League titels en twee UEFA Cup titels aan toe en ik kan niet zeggen ‘dat hij er niets van begrijpt’.

Toch wordt het tijd dat hij stopt. Met Manchester United wist hij de finale te winnen van Ajax in 2017. Maar verder is het armoe troef de laatste jaren. En dat ‘droog’ staan lijkt zijn tol te eisen. Teren op zijn gedateerde successen is er niet langer bij. Meer en meer krijgen we de werkelijke Mourinho te zien. Zijn gedrag naar spelers, de pers en anderen betrokkenen is uitermate dedain. Het spel dat onze narcist speelt, is hij aan het verliezen. Titels en successen verbloemen niet langer zijn ware aard. Laten we José een handje helpen. Hem te hoede voor nog meer stuitend gedrag. Uit protectie. Want hij gaat natuurlijk nooit zelf een punt achter zijn carrière zetten. Mijn advies aan de directie van de ‘Mancunians’ is dan ook om te zeggen: ‘jij hebt gewonnen, wij zitten fout. We gaan ermee stoppen’. Zijn eigenwaarde krijgt dan een korte boost, want hij wint het spel. Hij is de overheerser. Deze vreugde is van korte duur, want hij verliest een dierbare en moet op zoek naar een nieuwe tegenstander. Met zijn medelijden zal hij proberen een kersverse naaste te verleiden. Real? AS Roma? Porto? Om zo een volgend spel op te zetten. Laten wij, voetballiefhebbers, dan vervolgens met zijn allen collectief afspreken hem die kans niet te geven. Uit pure zelfbescherming. Voor José. Zodat ‘o gênio’ nog een klein beetje glans behoud.

De nieuwe lente met Sneeuwvlokje

Voetbal hangt aan elkaar van opportunisme. Zet je als coach een uitslag neer, opent dat alle deuren. Lever je niet, kun je er een dag later zomaar uitliggen. ‘Je bent zo goed als je laatste wedstrijd’ is een gevleugelde uitspraak in de sport die dit gedrag onderschrijft. Zeker in voetbal. Tot een paar maanden geleden tuimelde de ene na de andere voetbalkenner over de degradatie van het Nederlandse voetbal. Tot zaterdagavond. In de Johan Cruijff Arena tegen aartsrivaal Duitsland was het ouderwets genieten. Een euforisch gevoel bij publiek en spelers. Het duurde tenslotte 12 jaar voordat ‘we’ weer eens van onze Oosterburen konden winnen. De hallelujastemming neemt snel toe. Nota bene aangejaagd door diezelfde hypocriete kenners. Roeptoeters die jaren de hoon over spelers, coaches en begeleiding hebben uitgesproken, lopen nu voorop in de ‘kampfgeist’.

Voetbal hangt aan elkaar van opportunisme.

Het Nederlandse voetbal met als kroonjuweel de Oranje leeuwen werd de laatste jaren met de grond gelijk gemaakt. Het voetbal had een vrije val gemaakt, diepgezonken op de mondiale voetballadder. Nadat we kort de wereldranglijst hadden aangevoerd in 2011, stond Nederland 36ste op de FIFA-ranglijst in 2017. Tussen Kameroen en Oostenrijk. Een dieptepunt. We waren er niet bij tijdens de laatste EK en WK. Tegenstanders als IJsland en Turkije bleken een maatje te groot in deze kwalificatie reeksen. Clubteams wisten al jaren niet echt buiten de landsgrenzen te presteren op de Europa League finale tussen Manchester en Ajax na. Het Nederlandse voetbal was aangeschoten wild met het Nederlands elftal als het boegbeeld van de miserie.

De voetbalwereld stond op zijn kop. Op clubniveau en nationaal niveau. Praatprogramma’s vol over alle onvolkomenheden. Voetbalbladen vol met schijnbare kenners die er rustig op los evalueerden. Onrust bij de KNVB. Veel wisselingen van de wacht. Paniek voetbal. De staat van het voetbal werd onder de loep genomen. Sommige critici vereffenden snel een rekening uit het verleden, andere gaven commentaar op het falen. Ik irriteerde mij eraan. Vanaf de zijlijn commentaar leveren. Natuurlijk. Als je kijkt naar de resultaten was er alle reden voor bezorgdheid. De reacties vond ik zelf vaak opportuun, kortzichtig en ongenuanceerd. Alles was ineens slecht. In veel van deze kritieken zag ik maar weinig visionairs. Echte strategen die diepgaande inzichten hebben. Weten wat er afspeelt, daadwerkelijke oorzaken kunnen vinden. Oplossingen aandragen en niet blijven hangen in een klaagzang. Als topleiders die rust bewaren ‘when the shit hits the fan’, verder kijken de hun neus lang is. Alle facetten beoordelen en doelmatig besluiten nemen om te verbeteren.

Het Nederlandse voetbal was aangeschoten wild met het Nederlands elftal als het boegbeeld van de miserie.

Sport veranderd. Voetbal veranderd. Een constante waar je rekening mee moet houden. Landen kunnen nu eenmaal een mindere periode hebben. Mindere lichtingen bijvoorbeeld. Kijk naar België. Jaren verguist en nu de nummer 1 van de FIFA lijst. Met een topteam vol talenten. Of je kunt misschien even verblind zijn door behaalde successen. Net te laat inspelen op veranderingen. Jonge spelers worden nu eenmaal sneller weggekocht dan vroeger. Ze rijpen nu bij de subtoppers in grote competities en stoten dan door. Misschien voor de Nederlandse competitie jammer, maar voor de ontwikkeling van een speler hoeft dit niet verkeerd te zijn. Daarbij zijn we als handelsvolk vindingrijk genoeg en halen ook wij goede jonge spelers uit andere competities om hier te rijpen. Kijk naar de PSV-ers Hirving Lozano en Érick Gutiérrez. Je past je dus aan de veranderde omstandigheden aan. Niet uit blinde paniek, maar als bewuste keuze.

Zo ook bij Oranje. Koeman zag wèl het aanstormend talent en potentieel. En stapte in. Maakte ingrijpende beslissingen door de oude garde te vervangen met jong en gretig potentieel. Tactieken werden aangepast naar maatstaven van het moderne voetbal. De capaciteiten van de groep in achtnemende. Gemakzucht en het eindeloos rondspelen van de bal is eruit gehaald. Basisprincipes zijn opgepoetst. Nu maar hopen dat onze kenners niet meteen alles de hemel in prijzen. Geef deze groep de tijd. Geef Koeman tijd. Met Ajax en PSV in de Champions league en de 3-0 winst op Duitsland zie je het vertrouwen stijgen. Met ervaren spelers als Virgil van Dijk en Wijnaldum en toptalenten als Frenkie de Jong, Nathan Aké en Matthijs de Ligt ziet de toekomst er weer goed uit. Koeman heeft de nieuwe Nederlandse voetballente ingeluid. Een man met een missie die weleens heel mooi kan gaan uitpakken het komend EK. Of is dat nu te opportunistisch gedacht van me?!

Wil de Uber in het voetbal opstaan aub!

Deze week bracht ik met mijn dochter een bezoek aan London voor de wereldkampioenschappen hockey voor dames. In Lee Valley op het programma Nederland tegen China. Als fervent voetballer was het even schakelen toen mijn beide kinderen tegen een hockeybal gingen slaan. Wat een verademing deze sport. Razendsnel, geen buitenspel, doorlopend wisselen, 40 seconden om na een goal weer te starten. Direct afstand nemen na een fout. Geen gemekker van spelers, dan lig je er meteen met een tijdstraf uit. Toppers die na de wedstrijd toegankelijk en benaderbaar zijn voor de jeugd. Een krachtmeting. Snelheid en actie. Puurheid. Respect. In en om het veld. Zoals sport moet zijn. Hockey heeft zich duidelijk doorontwikkeld zonder de kern van sportbeleving uit het oog te verliezen.

En voetbal op macro niveau is helemaal de weg kwijt.

Op het WK voetbal in Rusland zag je een sprekend voorbeeld van het conservatieve gedrag in de voetbalsport. Met de FIFA en andere bestuurlijke organen voorop. Neem de introductie van de VAR. In de wetenschap dat dit in meerdere sporten al lang gesneden koek is, stond bij het voetbal iedereen op de banken. Een regelwijziging die als uitermate progressief en baanbrekend beleef wordt. Introduceren wij het alleen net anders, zeg maar behoudender. De videoref die het scherm beoordeeld mag namelijk niet het eindbesluit nemen. Nee, dat doet de scheidsrechter die zojuist de beslissing in het veld al had beoordeeld. Huh? Als een slager die je vraagt zijn eigen vlees te keuren. Voetbal leert zelfs niet van zijn concullega sportbestuurders.

Nu kijk je dus gemiddeld 98 minuten naar de nodige rondtollende acteurs.  Met spelers die schreeuwend tegen de arbiters hun gelijk proberen te halen. Pak nu Neymar. Deze Braziliaanse Noerejev die, als je zijn kleine linkerteen licht toucheert, een langdurig met pijn verbeten pirouette kan produceren. Dat is het uithangbord voor onze voetbaljeugd. Die gast kan geweldig voetballen, maar dat gedrag kan natuurlijk echt niet. Bij het hockey zit je direct aan de kant. Gewoon een simpele regel. Benadeel je je team en kun je op het bankje uithuilen. Als de FIFA ballen had gehad, stuurde ze hem na de wedstrijd tegen Mexico direct naar huis. Ik hou mijn hart vast voor de start van de competities. Zie je je zoon of dochter ineens bij de jeugd 5 minuten op de grond tollen, kermend van de pijn als een volleert acteur, de tegenstander een kaart ‘aannaaiend’. Afschuwelijk.

Als voetballiefhebber zit ik me de laatste jaren meer en meer mateloos te ergeren. Deze fantastische sport kent veel vervelende facetten die zo ingeburgerd zijn, dat we ‘het normaal’ zijn gaan vinden. Nodeloos tijdrekken bij een ingooi, corner of vrije trap. Het muurtje op afstand zetten duurt vaak alleen al 3 minuten. (Fake) blessures, bij het minst of geringste je laten vallen, vragen om een kaart, mekkeren op de arbitrage, overdreven juichen. Ook in de spelregels geen enkele aanpassingen die de attractiviteit en snelheid verhogen. Of dit gedrag keihard de kop indrukken. Nagenoeg geen inzet van nieuwe technologische middelen om foutieve beslissingen op cruciale momenten te managen.

En voetbal op macro niveau is helemaal de weg kwijt. Megalomane transferbedragen. Ik bedoel 40 miljoen voor een derderangs linksback is tegenwoordig heel normaal. De locale held die er net zoveel van kan, moet vaak het veld ruimen voor deze aankoop van een buitenlandse investeerder die zijn club als speeltje ziet. Doorselecteren van jonge ventjes die op 6 jaar al gecontracteerd worden. Topclubs die met schaduw tweede teams werken vanwege de hoeveelheid wedstrijden die ze moeten afwerken. Met spelers die in de andere competities zo om de prijzen meedoen, maar nu wegroesten op de bank in het tweede elftal. Toernooien die uit de voegen barsten, een overvloed aan wedstrijden. Voetbal als bedrijf zit in de levenscyclus op de piek. Uitmelken en nog meer geld verdienen is het devies. Het beleid is daarop gericht. We doen allemaal mee, met de FIFA voorop.

In ‘the grand scheme of things’; de aantrekkelijkheid, charme en schoonheid van het voetbal neemt voor mij rap af. De focus in de top ligt alleen maar op meer geld verdienen, het concept uitmelken. Er zijn toch nagenoeg geen verrassingen meer?! De Champions League is de laatste jaren enorm uitgebreid. Met als resultaat dat er vanaf de kwartfinale geen verrassingen zijn. En Real de beker wint. Talenten in nationale competities worden weggekocht, voordat je überhaupt een seizoenkaart kunt kopen om ze te zien spelen. Ik snap deze jongens en clubs wel. Lokale clubs houden zo net hun hoofd boven water en spelers kunnen de miljoenen niet weerstaan. Allemaal negatieve bijeffecten in gang gezet door de cash cow die voetbal is geworden. Grote competities en grote clubs worden nog groter door de televisie,- en sponsorinkomsten. En dus de facto de kleinere steeds kleiner. Die haken uiteindelijk af. Terwijl in de ‘sweetspot’ van je bestaan, je juist disruptief moet denken. Een nieuw concept ontwikkelen. Transformeren. Zonder de kern van de beleving weg te halen.

Gezien de magnitude van deze mondiale sport, de enorme geldstromen en belangen én met mensen als Infantino aan de macht, heb ik helaas een hard hoofd in deze broodnodige reset. De gevestigde orde in de voetbalwereld durft niet echt te veranderen. De meeste bestuurders zijn uitermate conservatief, niet disruptief. Waar blijft de serieuze transformatie die zorgt dat competities aantrekkelijk blijven. Dat mijn kinderen blijven kijken naar deze mooie sport? In het bedrijfsleven is het disruptie wat topmanagement vaak wakker schud. Je kent de voorbeelden wel. Whatsapp die de SMS markt van telecombedrijven in één dag volledig op zijn kop zette. Weg cash cow. AirBnB die zonder een hotel te bezitten de hotel wereld op zijn kop heeft gezet. De FIFA gaat zelf deze beweging niet maken, die zijn aan het melken. Dus wil de Uber van het voetbal vandaag graag opstaan alstublieft!

De blik van een heerser

NOS analist Rafael van der Vaart haalt terecht Cristiano Ronaldo aan als een van de sterren van het WK voetbal in Rusland. Met slechts vier wedstrijden en een verlies in de 8ste finale misschien onbegrijpelijk voor de bevooroordeelde kijker. In de evaluatielijstjes scoren Mbappé, Hazard, Modrić en hun teams hogere ogen. Onterecht misschien, onvolledig zeker. Want mijn gedachten gaan direct uit naar het Fisht Olympisch stadion op 15 juni. We zitten in de 88ste minuut van één van de beste wedstrijden van dit WK. Spanje staat dan 3-2 voor in een fel gevecht met Portugal in deze weergaloze voetbalkraker.

De blik. Die ogen. Schitterend ingezoomd in beeld gebracht. De blik van een keizer die heerst over zijn land. Over de andere 21 spelers in het veld en de 43.866 uitzinnige toeschouwers op de tribune. Vastberaden. Pure focus. Dat jonge ventje op het trapveldje opgegroeid met een mentaliteit van alleen maar wil winnen. De beste willen zijn. Je ziet de angst in de ogen van Real vriend Sergio Ramos. Hij weet al hoe laat het is. Met pure wilskracht en de precisie van een Zwitsers uurwerk krult hij de bal rakelings langs het opspringend muurtje om deze vervolgens in de kruising te laten verdwijnen. Hard tegen het net. Een wonderschone vrije trap op het moment dat het moet. Spanje – Ronaldo 3-3!

De nieuwe aanwinst in Turijn hoor ik al roepen: ‘Veni, vidi, vici!’

Voor mij hèt moment van dit WK. In die blik zit alles, de uitvoering is slechts bijzaak. Ik hoor u nu geërgerd denken, ja maar dat optrekken van dat broekje dan? Dat extreme egocentrisch juichen, zijn onoverwinnelijkheid tonend na een goal? Dat altijd perfect zittende kapsel? Ook ik irriteer me hier weleens aan. Als ik vroeger met een potje gel mijn haar tijdens de rust in de juiste snit gemodelleerd zou hebben, dan had ik van mijn eigen medespelers in de tweede helft een doodschop gekregen.

Maar dit is CR7. Deze topatleet traint zeven uur per dag. Elle dag. De man die, terwijl ik mijn eerste biertje dronk in het clubhuis, nog in een ijsbad stapt om zijn spieren en lijf in optimale conditie te houden. Als je zo professioneel met je lichaam bezig bent en verzorgd, dagelijks, kan ik me deze ijdelheid goed voorstellen. Zeg nu zelf,  jij checked toch ook even de spiegel van de sportschool als je net die buikspieren getraind hebt?! En daarbij, de grote der aarde zijn allemaal egoïstisch als ze hun arena in stappen. Op de momenten dat er echt geleverd moet worden. ‘The Big Points” gespeeld worden.

Lewis Hamilton, Stephen Curry, Rafael Nadal, Marc Márquez, …. allemaal heersende krijgers in hun sport. Allemaal diezelfde blik. Ronaldo gaf ons dit toernooi als enige speler die blik. Dat is misschien wel net dat kleine verschil tussen hem en die andere geweldenaren uit de WK lijstjes. De alleenheerser. Niet PSG met Mbappé, niet Chelsea met Hazard of Real met Modrić, maar Juventus wint de Champions league in 2019. De nieuwe aanwinst in Turijn hoor ik al roepen: ‘Veni, vidi, vici!’