Doodsaai, of een facelift.

Formule 1. Als liefhebber kijk ik al sinds Michael Schumacher zijn fantastische reeks neerzette bij Renault en Ferrari. De Duitser schreef zeven wereldkampioenschappen en 91 overwinningen op zijn naam. Daarmee is hij nog altijd ‘rekordmeister’. Gisteren in Spa boekte Max Verstappen zijn 16e podiumplaats uit zijn nog prille F1 carrière. De 20-jarige stuurde zijn RedBull als derde over de finish achter Lewis Hamilton en winnaar Sebastian Vettel. Een prachtig podium op het met Oranje gekleurde Belgische circuit. Met twee 4-voudig wereldkampioenen en de toekomstige kampioen. Maar wel in een slaapverwekkende race.

De wedstrijd in België was monotoon. De Formule 1 heeft een facelift nodig!

Vettel en Hamilton – beide ook buitencategorie – strijden de resterende races om de titel. De Ferarri’s en Mercedessen zijn door het motorvermogen veel te snel voor de rest van het veld. Alleen op bochtige circuits als Singapore en Mexico maak de Renault krachtbron van Max een kans tegen deze concurrenten. Het staat vast dat deze twee coureurs gaan uitmaken wie in het rijtje met vijf wereldtitels naast de legendarische Argentijn Fangio komt te staan. Een mooie strijd in het vooruitzicht. Echter de rest van het veld stond erbij en keek ernaar. Rijden in de B-groep. En dat al de nodige seizoenen.

Formule 1 is nu eenmaal ‘flat-out’ racen. De beleving van V8 of zelfs V12 motoren die ‘brullen’ met meer dan 18.000 toeren.

Als liefhebber blijf ik kijken. Reken maar. Toch baart het gebrek aan spektakel voor mij zorgen. Menigeen haakt af als na de start het veld zich settelt, de topteams wegrijden, er nagenoeg geen inhaalacties zijn en resultaten voorspelbaar worden. De wedstrijd in België was monotoon. De Formule 1 heeft een facelift nodig! Achter de schermen wordt er hard gewerkt aan een complete metamorfose door de nieuwe Amerikaanse eigenaar Liberty Media. Dat is nodig want de charme van de koningsklasse moet terug op de baan. Formule 1 is nu eenmaal ‘flat-out’ racen. De beleving van V8 of zelfs V12 motoren die ‘brullen’ met meer dan 18.000 toeren. Een veld competitieve auto’s waarbij uiteindelijk de coureur het verschil kan maken.

Kijk, dat de sport de laatste decennia veiliger is gemaakt door de FIA is een ‘no-brainer’. Alhoewel, en ik quote Max, “die teenslipper” op de cockpit van de coureur (de halo) echt niet kan. De reglementen zijn zoveel gewijzigd, gemoraliseerd, dat het echte racen ervan af is. Veranderen is alleen minder makkelijk als het lijkt. Neem Pirelli. De bandenleverancier moet reglementair banden leveren die een bepaalde slijtage hebben tijdens het rijden. Afhankelijk van het circuit (aantal bochten en rempunten) en de rijderstijl treedt degradatie op. Dit is wat we als publiek graag willen zien, spannende pitstops. Teams moeten een strategie maken op basis van het banden management. Top zou je denken. Het probleem is echter dat de topteams met snellere racewagens langzamer gaan rijden. Banden gaan zo langer mee en dat lijdt er juist toe dat zij op sommige circuits mogelijk een pitstop minder kunnen maken dan andere teams. Het verlies in rondetijden, al minimaal door de snellere bolides, weegt niet op tegen de winst van het niet uitvoeren van een pitstop. Dus, we gaan soms langzamer rijden, benzine en banden sparen, minder aanvallen, terwijl dit racen is. Begrijpt u het nog?

Liberty Media is druk bezig met de ontwikkeling van F1-auto’s voor 2021. In windtunnels wordt heftig geëxperimenteerd. De focus ligt op de luchtstromen achter de auto (drag) op een afstand van 40 meter. De huidige generatie auto’s zijn zo complex geworden dat binnen 2 seconden van je voorganger rijden niet echt mogelijk is. De vuile lucht werkt nadelig. Inhaalacties worden hierdoor sterk gereduceerd. En ook het afdwingen van rijdersfoutjes wordt minder naar mate de afstand, lees de druk van degene die op je staart zit, groter wordt. Een goede stap. Waarom? De huidige auto’s zijn gewoon te goed. Te perfect. De motor, de aerodynamica, de banden, de hybridesystemen.

De nieuwe eigenaar gaat echter verder. Budgetten tussen teams moeten gelijkwaardiger worden en men wil er een echte entertainmentindustrie van maken. In Spa was er de nieuwe F1 Fanzone. Een dorp waar publiek zich ruim voor de races kan vermaken. Alles om het aantrekkelijker te maken voor de jeugd. Een familie-uitje. Maar ook de interactie tijdens de race met het publiek moet beter. Er is sprake van een experiment dat je tijdens de race je favoriet een power boost kan geven. Dit laatste gaat voor mij wat ver van de kern van autosport, maar de intenties zijn er. En dat is ook echt nodig. Grote gevaar blijft voor mij toch de mannen die de regels maken. Die heren hebben erg veel invloed op de races. Dat is doodzonde. Deze spectaculaire sport verdiend meer. Hopelijk slaagt deze ingrijpende facelift en zien we Max in een gereviseerd schouwspel wereldkampioen worden.